Wet medezeggenschap Wmcz

Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen

De cliëntenraad en de Wmcz

De Wmcz regelt de status van de cliëntenraad en geeft aan wat zijn rechten en plichten zijn. In de wet is de taak van een cliëntenraad kort omschreven: “de cliëntenraad behartigt de gemeenschappelijke belangen
van de cliënten”.

Om die belangen te behartigen, heeft de cliëntenraad een aantal grondrechten: het recht op informatie, het recht op overleg en het recht om te adviseren. De cliëntenraad kan ook invloed uitoefenen op de samenstelling van het bestuur.

De rechten zijn hieronder kort beschreven:

Het recht op informatie

De cliëntenraad heeft informatie nodig om mee te kunnen praten over het beleid van de instelling. De zorgaanbieder moet de cliëntenraad alle informatie geven die deze voor zijn taak nodig heeft.

Het recht op overleg

De cliëntenraad overlegt regelmatig met de directie over het beleid van de instelling. Hóe ze dat doen regelen de zorgaanbieder en de cliëntenraad in een samenwerkingsovereenkomst. Die overeenkomst vult WMCZ aan.

Het recht om te adviseren

De Wmcz geeft de cliëntenraad het recht voorstellen te doen over álle onderwerpen die voor cliënten van belang zijn. De raad mag altijd een advies uitbrengen, gevraagd en ongevraagd. Dit is het adviesrecht.
Over bepaalde in de wet vastgelegde onderwerpen moet de zorgaanbieder de cliëntenraad altijd raadplegen. Daarvoor gelden speciale bevoegdheden. Dat is het (verzwaard) adviesrecht. De wet geeft aan wanneer deze rechten gelden en hoe ze moeten worden toegepast.

Bindende voordracht bestuurslid

De cliëntenraad kan invloed uitoefenen op de samenstelling van het bestuur van de instelling. De cliëntenraad mag ten minste één persoon voordragen ter benoeming als bestuurslid.

De cliëntenraad oefent invloed uit op het beleid via het recht op:

* Informatie
* Overleg
* Advies
* Verzwaard advies
* Voordracht van een bestuurslid

De Wettekst

(Tekst geldend op: 18 januari 2007)
Wet van 29 februari 1996, houdende regels ter bevordering van de
medezeggenschap van de cliënten van uit collectieve middelen
gefinancierde zorgaanbieders op het terrein van de maatschappelijke
zorg en gezondheidszorg

WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het gewenst is wettelijke regels te stellen ter
bevordering van de medezeggenschap van de cliënten van uit collectieve middelen gefinancierde
instellingen op het terrein van de maatschappelijke zorg en gezondheidszorg;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal,
hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Artikel 1

  1. In deze wet wordt verstaan onder:
    a. Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

b. instelling:

1°. een instelling in de zin van de Wet toelating zorginstellingen;
2°. elk in de maatschappij als zelfstandige eenheid optredend organisatorisch verband waarin
maatschappelijke zorg of gezondheidszorg wordt verleend en dat wordt gefinancierd:
a. door het College voor zorgverzekeringen op grond van de Zorgverzekeringswet of de
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
b. door Onze Minister op grond van Kaderwet VWS-subsidies of een gemeente op grond van de
Wet maatschappelijke ondersteuning;
3°. elk in de maatschappij als zelfstandige eenheid optredend organisatorisch verband waarin
verslavingszorg wordt verleend en dat wordt gefinancierd door Onze Minister, een gemeente of
een provincie;

c. zorgaanbieder:
1°. een rechtspersoon of natuurlijke persoon, die een instelling in stand houdt;
2°. de rechtspersonen of natuurlijke personen, die gezamenlijk een instelling in stand houden;
d. cliënt: een natuurlijk persoon ten behoeve van wie de instelling werkzaam is.

  1. Bij ministeriële regeling kunnen in de maatschappij als zelfstandige eenheid optredende
    organisatorische verbanden waarin maatschappelijke zorg of gezondheidszorg wordt verleend en
    die, anders dan op grond van een wettelijke bekostigingsregeling door Onze Minister worden
    gefinancierd, worden aangemerkt als instelling in de zin van deze wet.
  2. Deze wet is niet van toepassing op justitiële inrichtingen voor verpleging van ter beschikking
    gestelden als bedoeld in artikel 90 quinquies, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht.

Hoofdstuk II. Cliëntenraden

Artikel 2
1. De zorgaanbieder stelt voor elke door hem in stand gehouden instelling een cliëntenraad in,
die binnen het kader van de doelstellingen van de instelling in het bijzonder de
gemeenschappelijke belangen van de cliënten behartigt.

  1. De zorgaanbieder regelt schriftelijk:
    a. het aantal leden van de cliëntenraad, de wijze van benoeming, welke personen tot lid kunnen
    worden benoemd en de zittingsduur van de leden;
    b. de materiële middelen van de instelling, waarover de cliëntenraad ten behoeve van zijn
    werkzaamheden kan beschikken.
  2. De in het tweede lid bedoelde regeling is zodanig dat de cliëntenraad:
    a. redelijkerwijze representatief kan worden geacht voor de cliënten en
    b. redelijkerwijze in staat kan worden geacht hun gemeenschappelijke belangen te behartigen.
  3. De cliëntenraad regelt schriftelijk zijn werkwijze met inbegrip van zijn vertegenwoordiging in en
    buiten rechte.
  4. De kosten van het voeren van rechtsgedingen door de cliëntenraad, zoals bedoeld in artikel
    10, tweede lid, komen slechts ten laste van de zorgaanbieder indien deze van de te maken
    kosten vooraf in kennis is gesteld.
  5. Na vaststelling van de in het tweede lid bedoelde regeling treft de zorgaanbieder de
    voorzieningen die op grond van die regeling noodzakelijk zijn voor de benoeming van de leden
    van de cliëntenraad. De zorgaanbieder treft de bedoelde voorzieningen opnieuw telkens wanneer
    de cliëntenraad gedurende twee jaren niet heeft gefunctioneerd wegens het ontbreken van het in
    de regeling vastgestelde aantal leden.

Artikel 3

  1. De zorgaanbieder stelt de cliëntenraad in ieder geval in de gelegenheid advies uit te brengen
    over elk voorgenomen besluit dat de instelling betreft, inzake:
    a. een wijziging van de doelstelling of de grondslag;
    b. het overdragen van de zeggenschap of fusie of het aangaan of verbreken van een duurzame
    samenwerking met een andere instelling;
    c. de gehele of een gedeeltelijke opheffing van de instelling, verhuizing of ingrijpende
    verbouwing;
    d. een belangrijke wijziging in de organisatie;
    e. een belangrijke inkrimping, uitbreiding of andere wijziging van de werkzaamheden;
    f. het benoemen van personen die rechtstreeks de hoogste zeggenschap zullen uitoefenen bij de
    leiding van arbeid in de instelling;
    g. de begroting en de jaarrekening;h. het algemeen beleid inzake de toelating van cliënten en de
    beëindiging van deze zorgverlening aan cliënten;
    i. voedingsaangelegenheden van algemene aard en het algemeen beleid op het gebied van de
    veiligheid, de gezondheid of de hygiëne en de geestelijke verzorging van, maatschappelijke
    bijstand aan en recreatiemogelijkheden en ontspanningsactiviteiten voor cliënten;
    j. de systematische bewaking, beheersing of verbetering van de kwaliteit van de aan cliënten te
    verlenen zorg;
    k. de vaststelling of wijziging van een regeling inzake de behandeling van klachten van cliënten
    en het aanwijzen van personen die belast worden met de behandeling van klachten van cliënten;
    l. wijziging van de regeling, bedoeld in artikel 2, tweede lid, en de vaststelling of wijziging van
    andere voor cliënten geldende regelingen;
    m. het belasten van personen met de leiding van een onderdeel van de instelling, waarin
    gedurende het etmaal zorg wordt verleend aan cliënten die in de regel langdurig in die instelling
    verblijven.
  2. Het advies wordt op een zodanig tijdstip gevraagd, dat het van wezenlijke invloed kan zijn op
    het te nemen besluit.
  3. De cliëntenraad is bevoegd de zorgaanbieder ook ongevraagd te adviseren inzake de in het
    eerste lid genoemde en andere onderwerpen, die voor de cliënten van belang zijn.

Artikel 4
1. De zorgaanbieder neemt geen van een schriftelijk door de cliëntenraad uitgebracht advies
afwijkend besluit dan nadat daarover, voor zover dat redelijkerwijze mogelijk is, ten minste
eenmaal met de cliëntenraad overleg is gepleegd.

  1. Ten aanzien van de onderwerpen, genoemd in artikel 3, eerste lid, onder i tot en met m, neemt
    de zorgaanbieder, behoudens voor zover het besluit door de zorgaanbieder moet worden
    genomen krachtens een wettelijk voorschrift, geen van een door de cliëntenraad schriftelijk
    uitgebracht advies afwijkend besluit, tenzij de commissie, bedoeld in artikel 10, heeft vastgesteld
    dat de zorgaanbieder bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot zijn voornemen
    heeft kunnen komen.
  2. De zorgaanbieder doet van een besluit inzake een onderwerp waarover de cliëntenraad
    schriftelijk advies heeft uitgebracht, schriftelijk, en voor zover hij van het advies afwijkt onder
    opgave van redenen, mededeling aan de cliëntenraad.
  3. Een besluit van de zorgaanbieder, genomen in strijd met het tweede lid, is nietig, indien de
    cliëntenraad tegenover de zorgaanbieder schriftelijk een beroep op de nietigheid heeft gedaan.
    De cliëntenraad kan slechts een beroep op de nietigheid doen binnen een maand nadat de
    zorgaanbieder hem zijn besluit heeft medegedeeld dan wel, bij gebreke van deze mededeling, de
    cliëntenraad is gebleken dat de zorgaanbieder uitvoering of toepassing geeft aan zijn besluit.

Artikel 5
1. De zorgaanbieder verstrekt de cliëntenraad tijdig en, desgevraagd, schriftelijk alle inlichtingen
en gegevens die deze voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig heeft.

  1. De zorgaanbieder verstrekt de cliëntenraad voorts ten minste eenmaal per jaar mondeling of
    schriftelijk algemene gegevens omtrent het beleid dat in het verstreken tijdvak is gevoerd en in
    het komende jaar zal worden gevoerd.

Artikel 6
1. De zorgaanbieder kan aan de cliëntenraad schriftelijk verder gaande bevoegdheden dan de in
deze wet genoemde toekennen. Een zodanig besluit wordt schriftelijk aan de cliëntenraad
medegedeeld.

  1. De zorgaanbieder stelt de cliëntenraad in de gelegenheid advies uit te brengen over een
    voornemen een besluit te nemen als bedoeld in het eerste lid en over het voornemen een
    zodanig besluit te wijzigen. Artikel 4 is van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk III. Bestuurssamenstelling

Artikel 7

  1. Indien de zorgaanbieder een rechtspersoon is als bedoeld in artikel 3 van Boek 2 van het
    Burgerlijk Wetboek, voorzien de statuten in een regeling die waarborgt dat de cliënten invloed
    kunnen uitoefenen op de samenstelling van het bestuur. De bedoelde regeling houdt ten minste
    in dat één bestuurslid wordt benoemd op bindende voordracht van de cliëntenraad of
    cliëntenraden, tenzij deze van de mogelijkheid een voordracht te doen, geen gebruik heeft
    onderscheidenlijk hebben gemaakt.
  2. Het eerste lid is niet van toepassing indien het bestuur van een zorgaanbieder bestaat uit één
    of meer personen die deze functie uitoefent of uitoefenen op grond van een arbeidsrelatie
    waaraan een geldelijke beloning is verbonden. In dat geval is het eerste lid van overeenkomstige
    toepassing op de samenstelling van het orgaan dat is belast met het toezicht op of goedkeuring
    van besluiten van het bestuur.

Hoofdstuk IV. Openbaarheid

Artikel 8

De zorgaanbieder stelt jaarlijks een schriftelijk verslag op over de wijze waarop ten aanzien van
de instelling deze wet is toegepast.

Artikel 9

  1. De zorgaanbieder maakt binnen tien dagen na vaststelling openbaar:
    a. het jaarverslag;
    b. op schrift gestelde uitgangspunten voor het beleid, waaronder begrepen de algemene criteria,
    welke bij de zorgverlening worden gehanteerd;
    c. de notulen en de besluitenlijst van de vergaderingen van het bestuur, voor zover deze
    algemene beleidszaken betreffen;
    d. een regeling inzake de behandeling van klachten van cliënten en andere voor cliënten
    geldende regelingen, alsmede een regeling als bedoeld in artikel 2, tweede lid;
    e. het verslag, bedoeld in artikel 8.
  2. De openbaarmaking geschiedt door de stukken voor cliënten ter inzage te leggen en hen op
    verzoek daarvan afschriften te verstrekken.
  3. Van de terinzagelegging wordt mededeling gedaan op de in de instelling voor het doen van
    mededelingen aan cliënten gebruikelijke wijze.
  4. Voor het op verzoek verstrekken van afschriften kan een tarief in rekening worden gebracht,
    ten hoogste gelijk aan de kostprijs, tenzij ten aanzien van de instelling de Wet openbaarheid van
    bestuur van toepassing is.

Hoofdstuk V. Naleving

Artikel 10

  1. De zorgaanbieder stelt in overeenstemming met de cliëntenraad of cliëntenraden een uit drie
    leden bestaande commissie van vertrouwenslieden in, waarvan een lid door hem wordt
    aangewezen, een lid door de cliëntenraad of cliëntenraden kan worden aangewezen en een lid
    door de beide andere leden wordt aangewezen, of wijst een door een of meer
    cliëntenorganisaties en een of meer organisaties van zorgaanbieders ingestelde commissie van
    vertrouwenslieden aan, die tot taak heeft te bemiddelen en zonodig een bindende uitspraak te
    doen:
    a. op verzoek van de cliëntenraad, in geschillen met de zorgaanbieder over de uitvoering van de
    artikelen 3, 4, eerste en derde lid, 5, eerste lid, en 9;
    b. op verzoek van de zorgaanbieder, indien deze ten aanzien van een onderwerp, genoemd in
    artikel 3, eerste lid, onder i tot en met m, waarover door de cliëntenraad een schriftelijk advies is
    uitgebracht, een van dat advies afwijkend besluit wenst te nemen.
  2. De cliëntenraad en iedere cliënt van de instelling kunnen de kantonrechter van de rechtbank
    van het arrondissement waarin de woonplaats van de zorgaanbieder is gelegen schriftelijk
    verzoeken de zorgaanbieder te bevelen de artikelen 2, 5, tweede lid, 7 en 8 en het eerste lid van
    dit artikel na te leven. Een verzoeker die niet vooraf schriftelijk aan de zorgaanbieder heeft
    verzocht te handelen overeenkomstig hetgeen in het verzoekschrift is verzocht en deze daarbij
    niet een redelijke termijn heeft gegeven om aan dat verzoek te voldoen, wordt niet-ontvankelijk
    verklaard.
  3. De kantonrechter kan in zijn beschikking aan de zorgaanbieder de verplichting opleggen
    bepaalde handelingen te verrichten of na te laten.
  4. De bepalingen van de derde afdeling van de vijfde titel van het tweede boek van het Wetboek
    van Burgerlijk Rechtsvordering zijn van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk VI. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 11

[Wijzigt de Wet op de bejaardenoorden.]

Artikel 12
[Wijzigt de Wet voorzieningen gezondheidszorg.]

Artikel 13

  1. Deze wet treedt in werking met ingang van de eerste dag van de tweede kalendermaand na de
    maand van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, met dien verstande dat:
    a. de zorgaanbieder uiterlijk drie maanden na het tijdstip van inwerkingtreding een regeling als
    bedoeld in artikel 2, tweede lid, vaststelt;
    b. de zorgaanbieder uiterlijk drie maanden nadat de onder a bedoelde regeling is vastgesteld, de
    voorzieningen treft, die op grond van die regeling noodzakelijk zijn voor de benoeming van de
    leden van de cliëntenraad;
    c. de artikelen 3 en 4 buiten toepassing blijven ten aanzien van besluiten, genomen voor de
    datum van benoeming van de leden van de cliëntenraad;
    d. de statuten van de zorgaanbieder uiterlijk zes maanden na het tijdstip van inwerkingtreding in
    overeenstemming zijn met artikel 7.
  2. Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet door de zorgaanbieder aan enig
    orgaan dat in het bijzonder werkzaam is ter behartiging van de gemeenschappelijke belangen
    van cliënten in de instelling, bevoegdheden of materiële middelen zijn toegekend, behoudt dat
    orgaan die bevoegdheden en materiële middelen tot het tijdstip met ingang waarvan de leden van
    de cliëntenraad met toepassing van deze wet zijn benoemd. Voor zover de bedoelde
    bevoegdheden verder gaan dan de in deze wet genoemde, worden die bevoegdheden eveneens
    toegekend aan de cliëntenraad, behoudens overeenkomstige toepassing van artikel 6, tweede
    lid, juncto artikel 4.

Artikel 14

Deze wet kan worden aangehaald als: Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand
zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage, 29 februari 1996

BEATRIX

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. Borst-Eilers

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E.G. Terpstra

Uitgegeven de vierde april 1996

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager